U bevindt zich hier: Berichten  

IK ZOEK U IN DEN BLINDE - SCHILDEREN VAN EEN LIED
 

Draag mij op uw vleugels de vrijheid tegemoet 




 

Het lied 'Ik zoek U in den blinde'(lied 853) hebben we voorafgaand aan de veertigdagentijd met een aantal mensen van de Ontmoetingsgroep geschilderd.
Paul Begheyn schreef het in 1995 voor Willem Vogel bij gelegenheid van zijn 75ste verjaardag.
Dat is goed te horen in het refrein: Draag mij op uw vleugels/ de vrijheid tegemoet.
Natuurlijk moest er een vogel in! Het werd de adelaar, beeld van God die tot Mozes op de berg Sinaï zegt:

Jullie hebben gezien hoe ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe ik je op adelaarsvleugels heb gedragen en je hier bij mij gebracht. (Exodus 19:4)

Die adelaar kun je horen in de melodie van Gerrit Hoving. Het refrein verheft zich in de hoogte en strekt zich uit – de vrijheid tegemoet. Die vrijheid staat dan weer met de voeten op de grond.

Intussen zitten we in de woestijn. Daar begint het:

Ik zoek U in den blinde
en tast de hemel af.
de lucht blijft leeg. Ik wacht
totdat Gij mij zult vinden
in dit verlaten land.
Draag mij op uw vleugels
De vrijheid tegemoet.


De lucht is dreigend donker, het land leeg. Handen strekken zich zoekend uit, maar vinden niet. Het is een tijd van wachten en niet weten. Voor wie in zo’n woestijn aan het dwalen is, is het refrein bijna te mooi en komt het te snel.


 



 

Maar dan begint de dichter toch iets te zien. Het beeld van de adelaar komt dichterbij.

Ik zie U in de verte.
Gij komt steeds dichterbij,
machtige majesteit.
Uw schaduw overdekt me
met troost en tederheid.
Draag mij op uw vleugels
de vrijheid tegemoet.


Op het schilderij zien we twee mensen die naar elkaar zijn toegewend. De een ziet hoe de ander eraan toe is; hun armen zijn naar elkaar op weg. De vogel uit de verte komt steeds dichterbij en laat haar warme schaduw over de twee vallen. Alsof de vogel Gods ze met haar machtige vleugels omarmt. Draag mij op uw vleugels…


 



 

Het derde couplet laat zich lezen als een verwijzing naar Elia die na een barre tocht van veertig dagen door de woestijn boven op de berg Horeb (= de berg Sinaï) tenslotte Gods stem hoort. In een windvlaag, die verwoestend voorbijraast, is God niet. Ook niet in een aardbeving en niet in een vuur, maar in het gefluister van een zachte bries. Elia wordt omgekeerd, hij moet terug om zijn werk te voltooien. (I Koningen 19: 12 – 13)

Het is geen toeval dat Elia naast Mozes bij Jezus op de berg verschijnt. (Marcus 9, 2-13 en Mattheüs 17, 1 – 13). Dit verhaal staat op het rooster voor de tweede zondag van de veertigdagentijd.

Gij, verre en nabije,
Ik voel uw zachte bries
Als Gij mij zoekt en ziet.
Gij aan de hemel, wijs me
Uw hoopvol nieuw verschiet.
Draag me op uw vleugels
De vrijheid tegemoet.


Op het schilderij zien we van links boven een zachte bries aankomen en dansen rond de ik-figuur. Deze is aangeduid met een witte vorm, zelf bijna een wolk. De hemel is blauw, het hoopvolle nieuwe verschiet licht groen op boven de helling van een berg.


 



 

Op het laatste schilderij komt het hele lied als het ware samen in het refrein, waarmee we afsluiten. Onder een blauwe boog wordt de gevangen wereld verbeeld. Tralies steken uit een donkere ondergrond: woestijn. Hoe kom je hier ooit weg? Toch breekt ook hier het licht doorheen. De basis van dit schilderij is geelgroen, kleur van de hoop. Een witte boog vormt, samen met de blauwe boog de vleugels waarop de mens wordt gedragen in de richting van een hoopvol verschiet, dat met oranje en roze is aangeduid.

Draag me op uw vleugels
De vrijheid tegemoet.



 



 

Het was een bijzondere belevenis om samen zo door dit lied te kruipen. Voor herhaling vatbaar!

Corja Menken-Bekius


Printerversie